Werkstukken maken heb ik altijd leuk gevonden. Schrijven gaat mij makkelijk af. Maar het was wel afhankelijk van het onderwerp, alhoewel docenten meestal wel flexibel waren. Al denk ik dat mijn eindwerkstuk voor algemene natuurwetenschappen bij de meeste docenten wel een wenkbrauw had laten optrekken...
De grens opzoeken was mijn ding. Van mijn hele vriendengroep, trouwens. Maar ik ging niet verder dan provoceren. Ik wilde wel aardig worden gevonden, maar ook opvallen en mij niet schamen voor mijn vreemdheid. Anderen in de groep maakte het niet uit wat er van hen werd gevonden. Voor hen ging het om de kick, de aandacht, op welke manier dan ook. Degene met wie ik mijn werkstuk samen deed was zo'n jongen. Hij was gefascineerd door mij, omdat ik nooit ergens echt straf voor kreeg. Ik kreeg echt ontzettend veel gedaan. Het onderwerp van ons werkstuk had hij ook bedacht als een uitdaging voor mij. Zou ik de leraar kunnen overtuigen, dat wij hierover mochten schrijven?
Het werkstuk over de perfecte moord kwam er. Het belangrijkste was volgens ons dat je een willekeurig slachtoffer koos. In ieder geval geen bekende. Verschillende wapens en methodes kwamen voorbij, met ieder hun sterke en zwakke punten.
De onderwijzer had ook nog goede tips over hoe je een lijk moest wegwerken. Een bad met eerst loog en daarna wc eend, als ik mij niet vergis. Of het moet zoutzuur zijn geweest? In ieder geval lost dat het vlees op, de ontkalker alle botten. Scheikunde blijft fascinerend.
Maar wat mij het meeste bij is gebleven, is dat ik enkele weken later met die vriend door een bos aan het wandelen was. We waren naar de rest onderweg, maar liepen geheel alleen over de Veluwe. Daar vertelde hij mij, dat de enige reden dat hij niet iemand zou vermoorden de straf vervolging is.
Heb ik een 15 jarige psychopaat uitgelegd hoe hij de perfecte moord kan plegen?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten